TUSSEN WATER EN WIND

kokkemare

Als we de verhalen over de mare mogen geloven, dan was dat een vreselijke belevenis, veel erger nog dan een nachtmerrie. Je werd midden in de nacht wakker, badend in het zweet en het was alsof je ging stikken. ’s Nachts bereden worden door dat creatuur, was een gruwelijke ervaring. Toch vreemd dat dit wezen volledig verbannen is uit onze droomwereld… of is het enkel de naam die verloren ging?

Van de mare bereên

 

Oorspronkelijk was de mare een luchtwezen dat ’s nachts ronddwaalde en mensen kwelde door op hun borst te komen zitten terwijl ze sliepen. Later dacht men dat het een heks was die zich kon omtoveren. Ze overviel je in je slaap. Meestal gebeurde dat als je op je rug lag. Je voelde haar aankomen vanaf het voeteneinde van het bed en je voelde hoe ze naar boven sloop, tot aan je borst waar ze begon te drukken en onophoudelijk blééf drukken. Je begon te zweten, je voelde je beklemd, je had ademnood, alsof je stikte, ‘versmachtte’, en het was alsof je hoge koorts had. Je wilde roepen, maar er kwam geen geluid uit je mond. Kon je haar betasten, dan voelde je een rauw ding met zacht haar.

 

Vissers die op zee door de mare werden bereden, zeggen dat dat gebeurde wanneer ze heel erg moe waren. Ook wanneer ze na een zware storm eindelijk weer wat rustiger waren en konden gaan slapen, konden ze zo’n vreselijke dromen krijgen. In Heist gaf de pastoor de raad om tweemaal de naam van de man te roepen, dan ging het over.

De 93-jarige visser Theophiel De Groote weet te vertellen dat een buur het eens heel erg te pakken heeft gehad. ‘Jozef Cattoor was op een nacht door de mare bereden, toen hij in zijn kooi lag te slapen. Wel, die man had pekkezwart haar, maar de volgende ochtend was zijn haar helemaal wit.’

 

 

Kokkemare

 

In de Westhoek en in Frans-Vlaanderen sprak men over de ‘kokkemare’. Het is duidelijk dat dit woord komt van ‘cauchemar’, een bange droom.

 

Een gebed op rijm om ’s nachts niet door de kokkemare te worden bezocht luidde zo:

Moare, Moare, Kokkemaere

Vele jaoren moet gij vaoren

Deur dyk, deur daal

Deur yzer, deur staal

Deur been, deur steen

Deur al de puuptjes van ’t dak

Voor dat gy by m’n berre rakt.

 

In veel gezinnen was dit een slaapritueel en werd dit rijmpje opgezegd wanneer de kinderen naar bed werden gebracht. Een soort bezwering van hun angst, want de kokkemare stond voor alles waar ze bang konden voor zijn… spoken, duivels en heksen.    

Het opzeggen van het rijmpje bood echter niet altijd de nodige bescherming tegen de akelige dromen en de mare kwam wel eens spoken. Die kinderen die regelmatig last hadden van die kokkemare, zagen er heel bleekjes uit en hadden altijd een geweldige honger, want ze moesten immers eten voor twee.

Zo werd in Adinkerke een twaalfjarige jongen elke nacht bereden door de mare. Hij verstijfde dan helemaal en kreeg geen lucht meer. Hij kreeg de raad om elke avond een onze vader te bidden.

 

 

Wanneer deze dromen frequent voorkwamen, dacht men al eens aan een soort van beheksing en men schoof wat er gebeurde in de schoenen van één of andere vrouw waarvan men dacht dat ze een andere gedaante aan kon nemen.

Zo werd in Heist verteld over een vrouw die geregeld door de mare werd bereden. Daarom nam ze een mes mee in bed en hield het met de scherpe kant naar boven. Die nacht kreeg ze geen bezoek van de mare, maar de volgende ochtend trof ze haar buurvrouw dood aan, in de de zetel naast haar bed.

 

En dit werd werd verteld door de 93-jarige Simonne Debuck uit Heist. ‘Wat ik ga vertellen is iets van heel lang geleden, van nog voor ik geboren was...’

                                                                                                       

                                                                                             

                                                                                      Kokend water

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook paarden en koeien

 

Ook werden wel eens paarden en soms koeien door de mare gekweld. Het paard of de koe vermagerde zienderogen zonder aanwijsbare reden. Dit gebeurde bij een boer in Stene bij Oostende. Zijn paarden waren heel mager, je zag hun knoken onder hun doffe vacht, en elke ochtend stonden ze afgemat, afgejakkerd en dampend van het zweet.

In zo’n geval kon worden verondersteld dat de beesten ’s nachts door de mare werden bereden. Een toveres had er een hele nacht op gereden, uren aan een stuk, naar verre streken. Zeker wanneer de manen van de paarden waren gevlochten en er hier en daar kleine bolletjes kaarsvet op zijn vacht lagen, was men zeker wat er was gebeurt. Dat waren wasdruppels die van de kaars van de toveres of de mare waren gevallen.

Het beste was om de mare dan ‘af te gieten’, dit betekende dat je stilletjes achter het paard moest gaan staan en onverwachts een volle emmer water over de rug van het dier gieten. Zo joeg je de mare weg. Maar het kon dan ook gebeuren dat er ineens een toveres voor de staldeur stond, druipend van het water…  

Zo stonden in Nieuwpoort de paarden van een boer iedere nacht te zweten en te schuimbekken. Op een dag kwam er een oude vrouw voorbij en raadde aan om een flesje gewijd water bij een emmer water te doen en dat over de paardenruggen te gieten. Toen de knecht dat had gedaan zag hij een naakte vrouw met lange haren op een van de paarden zitten. Die vrouw vertelde dat zijzelf elke nacht door de mare werd bereden en dat ze het op die manier gedurende een aantal uur aan de paarden kon doorgeven.

 

Maar ook gewassen als rogge, tarwe en gerst kunnen door de mare worden bezocht. Natuurlijk kan de regen de oorzaak zijn dat gewassen worden platgedrukt, maar wanneer dit niet het geval was en de plant liggend tegen de grond verder groeit, dan kan men veronderstellen dat de mare is langsgeweest. Die planten gaan dan nooit meer rechtop komen, zelfs niet in volle bloeiperiode.

 

 

Vrouwen  

 

In alle verhalen is de mare een belichaming van een vrouw. Een vrouw die zich om een of andere reden komt wreken, of een vrouw die zelf last heeft van de mare en die het door anderen lastig te vallen, door kan geven.

Een wat atypisch verhaal echter is wat Franke optekende in zijn ‘Legenden langs de Noordzee’.

                                                                     

 

                                                           De mare op een schip

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sceptisch

 

Maar niet iedereen is even goedgelovig…

Zo zegt Madeleine Legein, 91 jaar: ‘De oude mensen zeiden wel eens ’k zien van de mare bereên en ze maakten de kinderen daarmee bang. Maar dat was een droom, meer niet!’

Zelf woont in het bejaardentehuis ‘Avondster’ in Raversijde en zegt al lachend over een ander tehuis, waar nog veel oude vissers hun dagen slijten: ‘Maar die van Godtschalck, die geloven dat! Die gaan daar wel meer kunnen over vertellen!’  

Haar schoondochter Marie-Rose, die vroeger een visserscafé openhield, weet helemaal niet wat het betekent, ‘van de mare bereên’, maar ze hoorde er wel over spreken.

‘Mijn moeder zei wel eens tegen een vent die lastig deed: “Ben je misschien van de mare bereên?” Maar ik heb nooit begrepen wat ze daarmee bedoelde…’

De ‘puuptjes’ van ’t dak betekende het stro of het riet van het dak, en ‘berre’ betekende bed.

Remedies

Er waren heel wat middeltjes om te beletten dat je’s nachts door de mare werd bezocht:

 

* je klompen of schoenen omgekeerd voor je bed zetten, ofwel neus aan neus zetten, zo vond de mare de weg niet naar je bed

 

* een mes meenemen naar bed

 

* je sokken ofwel je broek met de pijpen gekruist leggen  

 

* een paasnagel onder de dorpel leggen of er zout op strooien

 

* je handen bij het slapen ineengestrengeld houden, alsof je bad

 

* een elzentak die plat op de grond was gegroeid, onder je bed leggen

 

* een maretak rond je nek binden

 

* een handvol droog zand in alle hoeken van het huis strooien

 

* Kreeg je toch bezoek van de mare, dan kon je haar afweren door ernaar te slaan, er met een kruisbeeld naar te gooien of met wijwater te sprenkelen. Een mes omhoog houden kon ook, en je kon haar voorgoed uit je huis weren door ernaar te schieten met een in tweeën gekapte trouwring.

 

 

 

Dat het woord kokkemare van het Franse cauchemar komt, is duidelijk. En het slaat ook op nachtmerrie dat van het Engelse nightmare komt.

 

Wellicht bestaat er ook een verband met de andere betekenis van mare, ‘onheilstijding’. Want werden ook niet veel van deze tijdingen gebracht in een droom?   

 

Toen mijn vader pas verkering had met mijn moeder, was er een vrouw die daar heel erg boos om was want zij wilde dat hij met háár dochter zou trouwen. In haar ogen was mijn vader de ideale schoonzoon en de perfecte man voor haar dochter. Maar ja, mijn vader was verliefd op mijn moeder en had helemaal geen oog voor andere meisjes.

Maar die vrouw had duivelse machten en ze zond mijn vader rare dromen toe… vreselijke dromen, wekenlang!

En daarmee hield het nog niet op, want in die tijd sloop er geregeld een zwarte kat naar binnen en ging bij het haardvuur liggen. En als het beest er lag, liet het zich door niets of niemand wegjagen.

Op een dag zei iemand dat mijn vader een emmer kokend water op dat beest moest gieten om het voorgoed weg te jagen. Zo gezegd zo gedaan. Mijn vader goot er een emmer kokend water over en de kat spurtte krijsend weg.

En nu komt het…

De volgende dag vonden ze de vrouw die mijn vader zo had gepest, dood in haar bed.

Het gebeurde op een schip dat van hier naar Engeland vaarde. Toen de schipper zee koos, stond er geen zuchtje wind en er was ook helemaal geen storm of onweer voorspeld.

Je zou denken dat er met dat schip niets kon gebeuren. Maar niemand had gezien dat de mare over de loopplank was gelopen en mee aan boord was gekomen. Een van de passagiers, een vrouw, hield het namelijk aan met de mare…

Toen het schip een uur of zo in zee was, kreeg je het gedonder al. De blauwe hemel sloeg om in grijs en boven de zee werd het donkergroen. De wind stak op en de zee werd woelig en schuimig. De eerste bliksemschichten schoten door de lucht, de donder knalde en de regen kwam met bakken omlaag.

De kapitein riep bevelen naar de matrozen die meteen deden wat hen werd opgedragen, maar het schip luisterde niet meer naar de bevelen van de kapitein en de matrozen mochten doen wat ze willen, het schip zwiepte als een papieren schuitje weg en weer.

Ineens weerklonk een angstaanjagende schreeuw. Iedereen schrok, want het was duidelijk dat dit niet zomaar een schreeuw van een mens was. Hier was meer aan de hand.

Er ontstond paniek in het ruim en de vrouw die zo had gekrijst haastte zich naar boven op het dek en ze riep tegen de kapitein dat het allemaal haar schuld was. ‘Smijt me in zee, want ik word weer eens door de mare bereden. Smijt me in zee vooraleer het hele schip met man en muis vergaat!’

Onder de passagiers was ook een priester aanwezig. Op bevel van de kapitein waagde ook hij zich ook op het dek, waar de golven al over reling sloegen.

‘Neem haar eerst de biecht af’, schreeuwde de kapitein, die het niet over zijn hart kon krijgen om die vrouw zomaar zonder pardon in het water te gooien.

Zonder veel omhaal biechtte de vrouw dat ze het aanhoudt met de mare en dat ze daarvan af wil. Daarop gaf de priester haar de absolutie. Op dat ogenblik flitste de bliksem nog één keer terwijl er een donderslag knalde. En toen was het onweer over.

Rond de vrouw walmde ineens een inktzwarte wolk die een vreselijke stank verspreidde, maar dan met een geweldige plons in zee verdween.

Een aantal uren later kwam het schip behouden in Vlaanderen aan. En de vrouw, zij was verlost van de mare…